Studiewijzer · 2de leerjaar
Spelling
In het 2de leerjaar leer je de eerste spellingregels: d of t achteraan, lange en korte klanken, ei of ij, au of ou, ng of nk, sch, het meervoud en het verkleinwoord.
Zo pak je het aan
- 1Luister goed naar het woord en zeg het zacht na.
- 2Twijfel je over de laatste letter? Maak het woord langer: honden → hond.
- 3Hak het woord in klankgroepen: lange klank aan het einde, één letter; korte klank, dubbele medeklinker.
- 4Klinken twee schrijfwijzen hetzelfde, zoals ei en ij? Denk aan een woord dat je al kent.
Voorbeeld
hont of hond?
✅ hond
Het meervoud is honden. Je hoort een d, dus schrijf je hond.
Woorden die je moet kennen
Klaar? Oefen nu!
d of t, b of p achteraan
Ik weet of een woord eindigt op d of t, b of p.
Lange en korte klank
Ik schrijf bomen met één o en bommen met twee m's.
ei of ij, au of ou
Ik schrijf woorden met ei, ij, au en ou juist.
ng of nk, sch, g of ch
Ik schrijf woorden met ng, nk, sch en g juist.
Meervoud en verkleinwoord
Ik maak het meervoud en het verkleinwoord van gewone woorden.
Om te oefenen meld je je aan, zo bewaren we je scores.
