Studiewijzer · 3de leerjaar
Spelling
In het 3de leerjaar leer je veel spellingregels: d of t, b of p en g achteraan, lange en korte klanken (bomen of bommen), au of ou, ng of nk, het meervoud en het verkleinwoord.
Zo pak je het aan
- 1Luister goed naar het woord en zeg het zacht na.
- 2Twijfel je over de laatste letter? Maak het woord langer: honden → hond.
- 3Hak het woord in klankgroepen: lange klank aan het einde, één letter; korte klank, dubbele medeklinker.
- 4Klinken twee schrijfwijzen hetzelfde, zoals au en ou? Denk aan een woord dat je al kent.
Voorbeeld
hont of hond?
✅ hond
Het meervoud is honden. Je hoort een d, dus schrijf je hond.
Woorden die je moet kennen
Klaar? Oefen nu!
Hond of hont? d of t achteraan
Ik weet of een woord eindigt op d of t.
Bomen of bommen?
Ik weet wanneer ik één letter of een dubbele medeklinker schrijf.
Achteraan: b of p, g of ch, ng of nk
Ik weet welke medeklinker ik op het einde van een woord schrijf.
Meervoud en verkleinwoord
Ik schrijf het meervoud en het verkleinwoord juist.
Om te oefenen meld je je aan, zo bewaren we je scores.
