Studiewijzer · 3de leerjaar
Taalbeschouwing
Bij taalbeschouwing kijk je naar hoe taal werkt. Je leert soorten woorden kennen: zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en lidwoorden.
Zo pak je het aan
- 1Kan je er 'de' of 'het' voor zetten? Dan is het een zelfstandig naamwoord.
- 2Zegt het woord wat iemand doet? Dan is het een werkwoord.
- 3Twijfel je tussen de en het? Zeg 'deze' of 'dit' ervoor.
- 4Een verkleinwoord eindigt vaak op -je en krijgt altijd 'het'.
Voorbeeld
'springt' in 'De kat springt.' is een …
✅ werkwoord
Springen is iets wat de kat doet.
Woorden die je moet kennen
Klaar? Oefen nu!
Naamwoord of werkwoord?
Ik herken zelfstandige naamwoorden en werkwoorden.
Hoe is het? Het bijvoeglijk naamwoord
Ik herken het bijvoeglijk naamwoord in een zin.
Zinnen en leestekens
Ik ken de soorten zinnen en zet het juiste leesteken.
Om te oefenen meld je je aan, zo bewaren we je scores.
