Studiewijzer · 6de leerjaar
Frans
In het 5de en 6de leerjaar leer je Frans. Je leert woorden voor elke dag: groeten, getallen, je familie, school, eten en het weer. Je maakt korte zinnen en leest kleine teksten.
Zo pak je het aan
- 1Lees het Franse woord of de zin.
- 2Druk op de luidspreker: juf zegt het in het Frans. Zeg het zelf hardop na.
- 3Ken je een woord niet? Kijk of het lijkt op een Nederlands woord.
- 4Let op de kleine woordjes ervoor: ze zeggen of een woord mannelijk of vrouwelijk is.
- 5Oefen elke keer een paar woorden, en oefen ze vaak.
Voorbeeld
Wat betekent 'un cahier'?
✅ een schrift
Un cahier is een schrift: je schrijft erin op school.
Woorden die je moet kennen
Klaar? Oefen nu!
Bonjour! Groeten en beleefd zijn
Ik groet, bedank en vraag beleefd iets in het Frans.
Getallen tot honderd
Ik ken de Franse getallen, ook septante en nonante.
Dagen, maanden en het weer
Ik ken de dagen, de maanden, de seizoenen en zeg wat voor weer het is.
Ik en mijn familie
Ik ken de Franse woorden voor mijn familie en vrienden.
Op school
Ik ken de Franse woorden voor de klas en mijn schoolgerief.
Thuis en de dieren
Ik ken de Franse woorden voor mijn huis, de dieren en de natuur.
Eten en drinken
Ik ken de Franse woorden voor eten, drinken en de maaltijden.
Mijn lichaam, kleren en kleuren
Ik ken de Franse woorden voor mijn lichaam, mijn kleren en de kleuren.
Vrije tijd en op reis
Ik ken de Franse woorden voor spelen, sport, feest en op reis gaan.
Le, la, un, une en mon, ma, mes
Ik kies het juiste lidwoord en bezittelijk voornaamwoord bij een Frans woord.
Werkwoorden: être, avoir, aller en -er
Ik vervoeg être, avoir, aller en werkwoorden op -er in de tegenwoordige tijd.
Ontkennen en vragen stellen
Ik maak een zin ontkennend met ne ... pas en kies het juiste vraagwoord.
Nu, straks of al gebeurd?
Ik herken de tegenwoordige tijd, de nabije toekomst en de voltooide tijd in het Frans.
Korte teksten lezen
Ik lees een korte Franse tekst en vind de informatie die ik zoek.
Om te oefenen meld je je aan, zo bewaren we je scores.
