Studiewijzer · 6de leerjaar
Zinsontleding en woordsoorten
Je ontleedt zinnen: persoonsvorm, onderwerp, gezegde, lijdend en meewerkend voorwerp. Je herkent voornaamwoorden en de tijd van een werkwoord.
Zo pak je het aan
- 1Zoek eerst de persoonsvorm: maak de zin vragend, dan komt die vooraan.
- 2Zoek het onderwerp: wie of wat + gezegde?
- 3Zoek het lijdend voorwerp: wie of wat + onderwerp + gezegde?
- 4Zoek het meewerkend voorwerp: aan wie of voor wie?
Voorbeeld
Wat is het onderwerp in: 'Mama geeft de kat eten.'?
✅ Mama
Wie geeft? Mama.
Woorden die je moet kennen
Klaar? Oefen nu!
Zinsontleding
Ik vind de persoonsvorm, het onderwerp, het gezegde en het lijdend en meewerkend voorwerp.
Voornaamwoorden
Ik herken persoonlijke, bezittelijke en aanwijzende voornaamwoorden.
Tijden van het werkwoord
Ik herken de tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomende tijd en de gebiedende wijs.
Om te oefenen meld je je aan, zo bewaren we je scores.
