Studiewijzer · 6de leerjaar
Woordenschat
Je leert uitdrukkingen, je ontdekt hoe woorden gemaakt worden met een voorvoegsel of achtervoegsel, en je kiest de juiste toon: formeel of informeel.
Zo pak je het aan
- 1Denk niet letterlijk: een uitdrukking betekent iets anders dan de woorden zelf.
- 2Zoek het woord in een lang woord, zoals eerlijk in oneerlijk.
- 3Wat doet het voorvoegsel of achtervoegsel met de betekenis?
- 4Aan wie schrijf of met wie praat je? Kies dan formele of informele taal.
Voorbeeld
Wat betekent 'in de wolken zijn'?
✅ heel blij zijn
Je bent niet echt in de wolken: je bent zo blij dat je lijkt te zweven.
Woorden die je moet kennen
Klaar? Oefen nu!
Uitdrukkingen
Ik ken de betekenis van vaak gebruikte uitdrukkingen.
Voorvoegsels en achtervoegsels
Ik herken voorvoegsels en achtervoegsels en weet wat ze met een woord doen.
Formeel of informeel
Ik kies formele of informele taal die past bij wie ik aanspreek.
Om te oefenen meld je je aan, zo bewaren we je scores.
